Ledenlogin

Een bib moet verder kijken dan de prijs

Beeld: 

Dat de bibliotheken nu op de achterste poten gaan staan omdat een vastgelegde boekenprijs hen te veel zou kosten, snapt een aantal auteurs en organisaties uit de boekensector niet. Het verlies dat de bibliotheken aanhalen is een overschatting, maar vooral: wanneer verruimen zij eens die eenzijdige focus? De vastgelegde boekenprijs helpt iedereen, ook de bibliotheken.

Nog voor de volgende Boekenbeurs zouden boeken in ons land een vaste prijs krijgen – boeken mogen dan niet verkocht worden onder de prijs die de uitgever instelt. Onafhankelijke boekhandels krijgen zo meer ademruimte voor een faire prijs en een divers aanbod. Deel van het compromis is dat bibliotheken binnenkort maximaal 15 procent korting op hun boekenaankopen krijgen, waar dat nu nog kan oplopen tot 30 procent. De bibliotheken, die het voorstel vorig jaar nog zelf mee goedkeurden, noemen die regeling nu plots ‘levensbedreigend’ (DS 15 september) . Dat nieuwe standpunt van bibliotheekvereniging VVBAD is niet meer of minder dan woordbreuk.

Dit gaat ons allen aan: bibliotheken zijn wellicht de grootste cultuurpoot: 1,5 miljoen mensen (of 23 procent van de Vlamingen) maken er geregeld gebruik van. En ze ontvangen bijna 200 miljoen euro subsidies.

Een gereglementeerde of vaste boekenprijs geldt al in tien Europese landen, waaronder Nederland, Frankrijk en Duitsland. Die landen willen zo de diversiteit in het aanbod behouden, want stuntkortingen verschralen de markt omdat ze kleinere boekhandelaars versmachten. Een vaste boekenprijs is een culturele correctie op een economische wetmatigheid, vanwege de specifieke waarden van boeken. Het buitenland toont dat die ingreep werkt.

Monopolievorming

Bibliotheken concentreren zich steeds eenzijdiger op prijs. Bij openbare aanbestedingen voor boekenaankopen, is dat haast het enige criterium dat telt. Zo maakten ze al veel slachtoffers bij boekhandelaars. Zo’n prijsfetisjisme verarmt een samenleving en is op het onethische af. Andere sectoren weten daar alles van.

Die tendens leidt in de boekensector tot meer monopolievorming, waar uiteindelijk ook de bibliotheken het slachtoffer van worden. Op termijn dreigt een gebrek aan snelheid en volledigheid, minder maatwerk, een aanbod dat te veel gericht is op bestsellers, minder persoonlijk contact en amper nog aandacht voor lokale eigenheden. Maximale korting rijmt niet met maximale kwaliteit.

Je kunt je ook afvragen of minder korting krijgen per se tot minder boekenaankopen leidt. Koop ik minder elektriciteit als de prijs stijgt? Wellicht word ik energiezuiniger, maar uiteindelijk bespaar ik elders. Waarom doen bibliotheken dat niet? Moet minder korting alleen verhaald worden op de collectie (10,7 procent van de uitgaven)? Is een evenwichtige collectie geen kerntaak van een bibliotheek? Mogen we voor bijna 200 miljoen gemeenschapsmiddelen niet iets meer dan een louter marktgerichte houding verwachten? Met bijvoorbeeld aandacht voor inhoud in plaats van volume?

Vertekend rapport

Het nieuwe VVBAD-rapport, dat de vraag om meer korting moet ondersteunen, is gebaseerd op een rondvraag bij de bibliotheken. Slechts 58,2 procent antwoordde. De rest vindt het dus wel meevallen met hoe ‘levensbedreigend’ de vaste boekenprijs is. Vooral de kleinere gemeenten ontbreken, de grotere bibliotheken – die ook de grootste kortingen krijgen – zijn oververtegenwoordigd. Dat geeft een afwijkend beeld. De gemiddelde korting van 25 procent die de bibliotheken nu zouden krijgen volgens het rapport, is dus een overschatting van de werkelijkheid. Als de gemiddelde korting daarentegen 17,5 procent bedraagt – wij houden rekening met kleinere gemeenten – stijgen de aankoopprijzen door de vaste boekenprijs met amper 1 miljoen euro. Dat is 0,5 procent van het bibliotheekbudget (zie de cijfers in het kader). Levensbedreigend?

Het voorstel van de bibliothecarissen om de korting op hun aankopen tot 25 procent te laten oplopen, is geen afdoende noch een structurele oplossing. Ze zal niet levensreddend zijn. Laten we eerder blijven samenwerken met een creatief en positief engagement. Samenwerken met de overheid, om cultuur en lezen de aandacht en de middelen te geven die ze verdienen. Met de 1,5 miljoen bibliotheekgebruikers. En ook met de boekensector: auteurs, boekhandelaars, uitgevers, leesbevorderaars, organisatoren. Samen uit, samen thuis voor gedeelde culturele doelstellingen.

Overigens, vergeten die bibliotheken ook hun hoofdleveranciers niet, de auteurs? Na jarenlang tegen alle Europese regels in geen of nauwelijks leengeld te hebben betaald, zitten ze nu met 2,2 eurocent per uitlening op een derde van het gemiddelde van onze buurlanden. Zullen we dat ook eens berekenen?

17 september 2015 Carlo van Baelen (consultant in boekenvak), Koen Van Bockstal (Vlaams Fonds voor de Letteren), Sylvie Dhaene (Stichting Lezen Vlaanderen), Leen van Dijck (BoekenOverleg), André Van Dorpe, (Boek.be), Patrick De Rynck, (Vlaamse Auteursvereniging), Dirk Terryn, (Canon Cultuurcel)

Mede ondertekend door een aantal auteurs, onder wie Walter van den Broeck, Bart Van Loo, Erwin Mortier, Anne Provoost, Marc Reugebrink en Erik Vlaminck